Informatie schoonspringen

voor springers, ouders en belangstellenden

Uitleg

O  -  beginnende springer

O  -  gevorderde springer met 4 richtingen

O  -  springer met volwaardig programma

December 2018

7 t/m 9  -  Open Age Group Diving Competition + Fina Judges Course  Zwemcentrum De Tongelreep
               -  Eindhoven  KNZB+PSV  Uitnodiging (Engels)

Januari 2019

n.n.b  -  3de Breedtesportwedstrijd O O O

19  -  Zeskamp  Merwestein - Nieuwegein  Aquarijn   O O

19 of 20  -  Minioren en Masters  Sloterparkbad -Amsterdam  -  Regio MidWest   O O O

27  -  Open Regio Zuid Kampioenschappen  Breda  SBC2000   O O O

31-01 t/m 03-02  -  Eindhoven Diving Cup  -  PvdH Zwemstadion  -  Eindhoven  -  Stichting ZN  O

Februari 2019

Maart 2019

n.n.b.  -  4de Breedtesportwedstrijd O O O

8 t/m 10  -  PSV Master Diving Cup (+NK Masters )  -  PvdH Zwemstadion  -  Eindhoven  O O

16  -  Zeskamp  -  PvdH Zwemstadion - Eindhoven  -  PSV   O O

16 en 17  -  Regio West Bokaal 2019  Hofbad  -  Den Haag  -  Regio West O O

April 2019

april/mei  -  Breedtesportwedstrijd finale O O O

7  -  Zeskamp  Breda  SBC2000   O O

18 t/m 21  -  ADC 2019  -  Sloterparkbad  -  Amsterdam  -  De Dolfijn   O

Mei 2019

18 en 19 mei 2019  -  Kwalificatieweekend N(J)K  Sloterparkbad  Regio midwest O

Juni 2019

n.n.b  -  N(J)K  Amerena - Amersfoort O

22  -  Nationaal Breedtesport Kampioenschap 2019  Hofbad - Den Haag  Regio West O O O

Juli 2019

 

 

Wedstrijd uitleg en sprongcode

breedtesport

Doelstellingen

 

De KNZB organiseert de Breedtesportcompetitie in samenwerking met een vereniging. De breedtesportcompetitie bestaat uit meerdere wedstrijddagen met wedstrijden in circuitvorm. De organiserende vereniging wordt gevraagd te werken met het "Draaiboek Breedtesportcompetitie", zodat alle wedstrijden op een zelfde wijze zullen verlopen.

Het draaiboek is opgenomen als bijlage in deze almanak en staat ook op de website van de KNZB.

 

Competitieonderdelen

Het doel van dit onderdeel is: het tonen van de “grove vorm” van sprongen, die later in het wedstrijdspringen in detail worden verbeterd. Er wordt gesprongen in circuitvorm. Elke springer springt in meerdere onderdelen. Bij elk onderdeel zit één jurylid met de bevoegdheid 6. Het jurylid geeft een cijfer van 1 tot en met 10 met als uitgangspunt schoolcijfers. Bij het uitvoeren van alle voorgeschreven sprongen wordt een waardering tussen 4 en 10 gegeven. Durft een springer een voorgeschreven sprong niet, dan krijgt hij/zij maximaal 3 punten voor een andere (voorbereidende) sprong. Voor de keuzesprongen worden ook schoolcijfers gegeven voor de uitvoering. Afhankelijk van de moeilijkheid van de sprong wordt bij het cijfer 1, 2 of 3 punten opgeteld (hierdoor kan je dus maximaal 13 punten scoren). Als een keuzesprong geheel mislukt en het cijfer 0 krijgt dan vervallen de bonuspunten. De keuzesprong mag niet eerder in dat onderdeel zijn gemaakt. Dus als je in de voorgeschreven sprongen een 103C moet maken mag je als keuzesprong niet nogmaals kiezen voor een sprong met dezelfde cijfers (103) in de sprongcode. Bij inschrijving moeten de keuzesprongen worden opgegeven en wordt vastgesteld hoeveel bonuspunten worden toegekend. Een groepsleider brengt de springers van onderdeel naar onderdeel. Groepsleiders worden ter plaatse aangewezen door de leider van de KNZB Breedtesport competitiedag en krijgen ter plekke instructies.

 

Leeftijdscategorieën

De competitie bestaat uit een serie van vier of vijf wedstrijddagen. De leeftijdsgroep waarin een deelnemer wordt ingedeeld tijdens de eerste wedstrijddag blijft van toepassing voor alle volgende wedstrijddagen van de competitie serie; dit in afwijking van het reglement waarin wordt bepaald dat de leeftijd op 31 december bepalend is voor de leeftijdsindeling. Bij vier wedstrijden tellen de drie beste resultaten per categorie voor de uitslag en bij vijf wedstrijden tellen de beste vier resultaten per categorie voor de uitslag.

 

De breedtesportcompetitie is ingedeeld in de volgende wedstrijdcategorieën:

Talentherkenning (leeftijdsgroepen seizoen 2016/2017)

Leeftijdscategorie E (2007 en later)

Leeftijdscategorie D ( 2005 en 2006)

Leeftijdscategorie C (2003 en 2004)

Leeftijdscategorie B (2001 en 2002)

Leeftijdscategorie A (1998, 1999 en 2000)

leeftijdscategorie Masters (1997 en eerder)

Nederlandse (jeugd) kampioenschappen

Nederlandse Kampioenschappen algemene informatie

Onderdelen van het NK

De KNZB kent de volgende onderdelen voor de Nederlandse Kampioenschappen (NK) schoonspringen:

 

Als een regel zowel voor het NK-AL als voor het NJK van toepassing is wordt de afkorting N(J)K gebruikt. In het vervolg van de teksten m.b.t. bovenstaande onderdelen worden de genoemde afkortingen gebruikt om de documenten vlotter leesbaar te maken.

 

De KNZB organiseert de Nederlandse Kampioenschappen schoonspringen in samenwerking met een vereniging, een samenwerkingsverband van verenigingen of een KNZB-regio. Een partij die een onderdeel het NK schoonspringen samen met de KNZB wil organiseren moet hiervoor solliciteren bij de KNZB.

 

Als er geen verenigingen solliciteren voor de organisatie van de onderdelen NK-AL en NJK, dan zal de KNZB zelf zorgen dat de wedstrijden toch wordt gehouden. Het (O)NMK komt bij het ontbreken van sollicitaties te vervallen in dat jaar.

 

De KNZB kan de verschillende onderdelen van de Nederlandse Kampioenschappen per jaar op een verschillende manier verdelen. De KNZB zorgt ervoor dat de verenigingen ruim van tevoren op de hoogte zijn van de organisatie vorm van de Nederlandse Kampioenschappen en bewaakt daarbij dat alle onderdelen van het NK-A en NJK in het jaar versprongen worden.

 

De KNZB bewaakt bij het indelen dat alle springers de gelegenheid krijgen om een sportieve topprestatie te leveren. Er wordt naar gestreefd dat springers in hun eigen leeftijdsgroep en in de Al niet meer dan twee onderdelen op één dag hoeven te springen. Ook wordt ernaar gestreefd dat wedstrijddagen niet te lang zijn en dat springers waar mogelijk op dezelfde dag niet in de vroege ochtend en late avond moeten springen. In beginsel vinden de ½-finales in de ochtend en de finales in de middag van dezelfde dag plaats.

 

In de volgende hoofdstukken staan per onderdeel van het kampioenschap de wedstrijdbepalingen omschreven.

De coördinator reglementen schoonspringen KNZB ziet er op toe ervoor dat de praktijk van de Nederlandse kampioenschappen schoonspringen en het officiële KNZB reglement schoonspringen met elkaar in overeenstemming blijven.

 

Opzet van het NK voor individuele programma

De individuele onderdelen zijn:

 

De synchroon onderdelen zijn:

vijfkamp

De 5-kamp is een serie wedstrijden tussen een aantal schoonspringverenigingen. Op dit moment zijn er vijf deelnemende verenigingen:

 

Elke deelnemende vereniging organiseert gedurende het schoonspringseizoen één wedstrijd. Dat betekent dat er vijf wedstrijden zijn. Bij deze wedstrijden zijn de springers verdeeld in vijf series, naar leeftijd en niveau. Er wordt gesprongen op de 1 meter plank. Er zijn individuele prijzen te winnen in elke serie, maar er is ook een teamprijs te winnen. Een plaatsing bij de beste vijf in de serie levert punten op voor de club. De club die na vijf wedstrijden de meeste punten heeft, wint de wisselbeker.

 

De leeftijdsgroepen zijn als volgt ingedeeld:

Serie 1: E-groep

 

In deze serie worden vier sprongen gemaakt, opgesplitst in twee gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 3,6) en twee ongelimiteerde sprongen. In de eerste twee sprongen mogen twee standsprongen en/of valduiken worden gemaakt. De richting moet dan wel verschillend zijn (dus voorwaarts, achterwaarts of schroef).

 

Serie 2: D-groep

 

In deze serie worden vijf sprongen gemaakt, opgesplitst in twee gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 3,6) en drie ongelimiteerde sprongen. In de eerste twee sprongen mag maximaal één standsprong of valduik worden gemaakt.

 

Serie 3: C-groep

 

In deze serie worden zes sprongen gemaakt, opgesplitst in drie gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 5,4) en drie ongelimiteerde sprongen. In deze serie mogen er geen standsprongen of valduiken worden gemaakt.

 

Serie 4: B- / A- / S -groep

 

In deze serie worden zes sprongen gemaakt, opgesplitst in drie gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 5,4) en drie ongelimiteerde sprongen. In deze serie mogen er geen standsprongen of valduiken worden gemaakt.

 

Serie 5: "all-in" groep

In deze serie worden acht sprongen gemaakt, opgesplitst in vijf gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 9,0) en drie ongelimiteerde sprongen. In deze serie mogen er geen standsprongen of valduiken worden gemaakt.

regiowedstrijden

  1. Open miniatoren wedstrijd regio midwest beginners, semi-gevorderden, gevorderden F t/m D en NJK groep
    1m, 3m, toren (alleen NJK)
  2. Open masters regio midwest semi-gevorderden, gevorderden masters 1m, 3m, toren
  3. (Open) Regio Zuid Kampioenschappen semi-gevorderden, gevorderden E t/m A en senioren 1m, 3m
  4. Regio West Bokaal semi-gevorderden, gevorderden E t/m A en senioren 1m, 3m, toren
  5. (Open) Wedstrijd Regio Midwest beginners, semi-gevorderden, gevorderden E t/m A, senioren 1m, 3m

overige wedstrijden

Overige wedstrijden

  1. Open Internationale leeftijdsgroep wedstrijd beginners, semi-gevorderden, gevorderden E t/m A en senioren 1m
  2. Sinterklaaswedstrijd beginners, semi-gevorderden, gevorderden E t/m D en NJK groep 1m
  3. Optionals gevorderden senioren 1m, 3m, toren
  4. PSV Master Diving Cup gevorderden masters 1m, 3m, toren
  5. Clubkampioenschappen De Dolfijn iedereen iedereen 1m, 3m

traningskampen en wedstrijden in buitenland

Trainingskamp Aken gevorderden op uitnodiging

 

Uitleg sprongcode

Het 1e cijfer:

1 = voorover

2 = achterover

3 = contra

4 = binnenwaarts

5 = schroef

6 = handstand

 

0 = valduik of hoekbommetje

 

Het 2e cijfer:

Geeft voorlopig alleen maar iets aan als het eerste een 0 is (bij valduiken dus).

In dat geval is:

01.. = vooruit

02.. = achteruit

Bij een schroefsprong bepaalt het ook weer de richting.

 

 

Het 3e cijfer:

Geeft het aantal ½ salto´s aan.

..1. = dan is het een ½ salto

..2. = dan is het een hele salto

..3. = dan is het 1½ salto, enz.

 

Het 4e cijfer:

Er is alleen een 4e cijfer bij schroefsprongen en hij geeft dan het aantal halve schroeven aan.

5..1 = een ½ schroef

5..2 = een hele schroef

5..3 = 1½ schroef, enz.

 

 

De letter

De letter geeft de houding aan.

A = gestrekt

B = gehoekt

C = gehurkt

D = vrije houding, dit heb je als je schroeven met salto’s maakt.

 

Voorbeelden

100B

De 1 staat voor voorover

De 0en betekenen dat er geen salto’s bij zijn en dat het dus een standsprong is

En de B betekent dat het gehoekt is

Dan is de sprong dus een standsprong voorover gehoekt!

 

303C

De 3 staat voor de contra richting

De 03 staat voor 3 keer een halve, dus 1,5 salto

De C staat voor gehurkt

Dan is de sprong dus een anderhalve contrasalto gehurkt!

 

5201A

De 5 betekent dat het een schroefsprong is.

De 2 betekent dat het een schroefsprong achterover is.

De 0 betekent dat er geen salto’s bij zitten en dat het dus een standsprong is.

De 1 betekent dat er een halve schroef bij zit.

De A betekent dat het gestrekt is.

Dus de sprong is dan een standsprong achterover gestrekt met een halve schroef!